WERK WERK WERK van Christophe Van Gerrewey

werk.jpg

Van Gerrewey (1982) is een multitalent. Hij studeerde architectuur aan de UGent, literatuurwetenschappen aan de KULeuven en doctoreerde in 2014 met een proefschrift over de architectuurcriticus Geert Bekaert. Zijn productiviteit is indrukwekkend: publicaties in vaktijdschriften, essays over kunst en literatuur in De Witte Raaf, recensies in De Standaard der Letteren, De Groene Amsterdammer, enz. Als romancier debuteerde hij In 2012 met ‘Op de hoogte’, een memorabel liefdesverhaal in briefvorm dat terecht bekroond werd met de Vlaamse Debuutprijs (2013) en de Europese Unie Literatuurprijs (2016). In 2013 volgde al een tweede roman (‘Trein met vertraging’). En in ‘Over alles en voor iedereen’ (2015) werden vijftig van zijn essays gebundeld.

Weliswaar is Van Gerrewey geen Bezige Bij meer (hij vond onderdak bij uitgeverij Polis), maar schrijven doet hij nog steeds. En hoe! Zijn nieuwste ‘Werk Werk Werk’ is er het levende bewijs van. Met de “jobs, jobs & jobs” van de Vlaamse regering heeft deze roman – gelukkig! - niets te maken, wel met het alledaagse geploeter van de (niet zo) doorsnee werknemer. In vijf “gesprekken” ontleedt Van Gerrewey, messcherp en in fraaie volzinnen, de arbeidsmarkt zoals we die vandaag kennen en ondergaan. Die gesprekken zijn soms grappig, hier en daar heerlijk over the top, maar toch altijd bijzonder herkenbaar. De tussen België en Zwitserland pendelende professor, de uitgerangeerde manager, de werkkracht in de culturele sector, de doctorandus, de schrijver: allemaal worstelen ze met de zin (en onzin) van wat ze doen, worden ze geconfronteerd met de inefficiëntie van “het systeem”, met het gekonkel en de jaloezie van collega’s, of met de incompetentie van de hiërarchie. Allemaal vragen ze zich af of ze niet de foute professionele keuzes te hebben gemaakt; het spreekwoordelijke gras lijkt altijd groener bij de buren.

Alle opgevoerde personages, inclusief de ik-figuur, zijn lichtjes uitvergroot en somberen en fulmineren er ongeremd op los. Maar ze verworden nooit tot karikaturen, ze blijven geloofwaardig. Dat gevoel van authenticiteit is te danken aan het feit dat er nogal wat autobiografische elementen zijn ingebouwd: de pendelende ik-figuur bv. werd geboren in 1982 en doceert in Zwitserland, zoals Van Gerrewey zelf; de concurrentiestrijd in het academisch milieu kent de auteur van binnenuit; en met de frustraties en “romantische bullshit” van het schrijversleven is hij uiteraard ook vertrouwd. Maar er is meer: al die “gesprekken” worden heel precies gesitueerd in de tijd en gelinkt aan markante momenten uit de recente geschiedenis (met name de aanslagen in Parijs in november 2015, de aanslagen in Brussel in maart 2016). De combinatie van die (gefragmenteerde) autobiografische elementen en historische ijkpunten werkt perfect: dit is literatuur, fictie dus, maar met een verfrissend werkelijkheidsgehalte. De beschrijving van die “alledaagsheid” is Van Gerreweys niche. “Het [leven] is meestal iets tussen geluk en ellende in”, laat hij optekenen in een dubbelinterview met Joost de Vries in De Standaard der Letteren (april 2015). En hij gaat verder: “Te weinig literatuur durft het daarover te hebben. Ik vind die alledaagsheid het boeiendste om te beschrijven in een roman, én het moeilijkste.” Met ‘Werk Werk Werk’ is Van Gerrewey in zijn opzet geslaagd, en met brio. De auteur is een uitstekend observator, redeneert helder, formuleert met schwung en vooral vlijmscherp. ‘Werk Werk Werk’ houdt ons een spiegel voor, maar die spiegel is een beetje bol: wat we zien is pijnlijk herkenbaar, maar tegelijk ook wel lachwekkend.

Als uitsmijter dit citaat (aan het woord is Thomas, de romanschrijver):

“Als je aandacht wilt krijgen omdat je een boek hebt geschreven, zal die aandacht altijd ten koste gaan van dat boek zelf, wat zeker niet betekent dat de verkoop eronder zal lijden. De voornaamste taak van een schrijver, het werk dat het meest kansen en aandacht oplevert, is niet het schrijven zelf, maar het promoten, het aanbieden, het adverteren en het in de markt zetten, eerst en vooral van jezelf, en daarna van je boek. Daar moet je talent voor hebben en het is dat waar alle energie heen moet gaan, hoewel schrijven en verkopen niets met elkaar te maken hebben, en elkaar zelfs uitsluiten.”


Woensdag 4 Oktober 2017

Categorie:  Nederlands