DE ONGEWISSE STAD van J.M.A.Paroutaud

ongewissestad.jpg

Soms mag je wél, soms mag je niet moorden

Alles wat de wet niet verbiedt, is geoorloofd, luidt een bekend liberaal principe dat in Het Witte Huis vast op warme sympathie kan rekenen. In de roman De ongewisse stad van de Franse jurist en schrijver J.M.A. Paroutaud (1912-1978), wordt het tot in het absurde doorgetrokken. De wetten die in de stad uit de titel gelden, berusten namelijk ook nog eens op totale willekeur.

Dagelijks beslist een hoge ambtenaar wat er verboden is, zonder dat het de inwoners wordt meegedeeld. Die komen daar pas achter wanneer ze door sinistere ‘mannen met petten’ worden opgepakt, bijvoorbeeld nadat ze een pakje sigaretten hebben gekocht of een blinde straatmuzikant geld hebben gegeven – terwijl ze ongestraft een moord hadden kunnen plegen of een vrouw mishandelen. Een dag later is alles weer anders.

Wie de wet overtreedt krijgt de doodstraf, te voltrekken door middel van een even geheimzinnige als lugubere ‘Machine’, maar eerst moet hij of zij voor onbepaalde tijd dwangarbeid verrichten, al blijkt er ook nog zoiets als een ‘voorwaardelijke doodstraf’ te bestaan.

Naar deze stad zonder ‘waarom’ vlucht hoofdpersoon Ranède, zelf in eigen land wegens moord ter dood veroordeeld. De lezer mag delen in zijn verbazing, terwijl hij kennismaakt met het leven aldaar. De inwoners verrichten volstrekt zinloze fabrieksarbeid, geven zich over aan seks met jong en oud en beoefenen een nationale sport die eruit bestaat van zo groot mogelijke hoogte op een marmeren platform te springen, met niet zelden verbrijzelde botten en gespleten schedels als resultaat.

Iedereen accepteert alles gelaten dan wel enthousiast. Alleen Ranède komt in verzet en wurgt de hoogste ambtenaar van de stad. Iets wat niemand hem kwalijk neemt, aangezien moord op dat moment niet verboden was. Veranderen doet het niets: de gedode ambtenaar wordt gewoon vervangen door een nieuwe. Voor Ranède echter is de maat vol. Hij keert terug naar waar hij vandaan kwam om alsnog zijn ‘gerechte straf’ te ondergaan. Liever een verdiende dood dan de afwezigheid van recht en moraal.

De kracht van deze lang veronachtzaamde roman (geschreven tijdens de bezetting, maar pas in 1950 gepubliceerd) zit niet zozeer in de boodschap als wel in Paroutauds nachtmerrie-achtige beschrijvingen, die door Mirjam de Veth in al even unheimlich Nederlands zijn omgezet. De enge hagedissen, de bliksem die net als de wetten at random slachtoffers maakt, de dierentuinkooien van de gevangenen, de winkels en peeskamertjes die veranderen in ‘vallen’ voor nietsvermoedende klanten en de fabriek waaruit geen enkel bruikbaar product komt – met hun concrete en verontrustende symboliek bijten ze zich vast in het geheugen.

Het hoeft niet te verbazen dat de schrijver geprezen werd door André Breton, de oude voorman van het surrealisme. Paroutaud opereert onmiskenbaar in diens kielzog, net als Marcel Béalu (1908-1993) en Maurice Pons (1927-2016). Ik noem deze namen niet toevallig, want in Nederland hebben we met alle drie mogen kennismaken dankzij George Coppens, drijvende kracht achter Coppens & Frenks, de uitgeverij die in het verleden nog zoveel meer vergeten meesterwerken heeft opgedolven, maar nu stopt. Voor De ongewisse stad veranderde hij de naam van de uitgeverij veelzeggend in De Laatste Snik. Wij lezers snikken met hem mee.

Arnold Heumakers - verschenen in NRC 03/02/2017

J.M.A. Paroutaud: De ongewisse stad. Vert./ nawoord: Mirjam de Veth. De Laatste Snik, 134 blz. € 23,50

 


Donderdag 2 Februari 2017

Categorie:  Nederlands